ms Oranje

Oranje 1957

In oktober 1957 hadden ik, mijn ouders en jong bro...

Tags:

In oktober 1957 hadden ik, mijn ouders en jong broertje het geluk om zowat de laatste normale reis naar Nederland te mogen maken. Met de Oranje. Vlak hierna werden de Nederlanders in Indonesië gedwongen om op staande voet te vertrekken met alle ongemak dat hiermee gepaard ging. Dit zou mijn eerste reis naar Nederland zijn. De verschijning van dit mooie schip was reeds opwindend. Opwindend was ook het bewustzijn dat de Oranje Nederlands grondgebied was en dat de beklemmende sfeer van opletten wat je zei en de willekeur om gedwarsboomd te kunnen worden door de autoriteiten aldaar, achtergelaten kunnen worden. Met dit uitgelaten gemoed begon ik het schip te verkennen. Toen ik door de gangen liep dreigde ik steeds te botsen tegen de het dienstdoende personeel. Plots werd ik gewaar dat ik echt Indonesië had verlaten. Immers, ik liep steeds links terwijl het plaatselijke 'verkeer' rechts was. Dit was het ultieme bewijs dat ik eindelijk op Nederlands grondgebied was. Indonesië was wat mij betreft passé. In mijn enthousiasme om alvast zoveel mogelijk up-to-date te zijn over Nederland begon ik zelfs het Indonesische bedienend personeel te vragen over Nederland. Komisch was de opmerking van een djongos dat men in Nederland "kaja boeroeng" (als vogels in kooien) woonde. Natuurlijk ook gesprekken met een Nederlandse matroos: "Geef mij maar de kou. Daar kan je op kleden, niet tegen de hitte". Aangezien wij eerste klas voeren, moest er elke avond zo deftig gekleed worden alvorens in de eetzaal te verschijnen. De eetzaal was zo chic en heerlijk koel door de effectieve airconditioning. De maaltijden waren doorgaans eerste klas Europees. Na weken zo gegeten te hebben, kregen wij toch weer trek in een eenvoudig bordje rijst met sambal. 's Avonds in de lounge troffen wij zoveel Engelsen aan, die overdag er niet uitzagen qua kleding maar dan in de lounge super chic. Die bleken officieren te zijn op thuisreis vanuit Singapore naar Engeland. Wij maakten kennis met een ander Nederlands gezin en vormden met hen een vast gezelschap in de weemoedige wetenschap dat wij elkaar toch kwijt zouden raken zodra wij in Nederland gearriveerd zijn. Dit was het lot van de laatste der Mohikanen in Indonesië. Een leuk voorval in de lounge was toen na een feestje de meerhoofdige muziekband al vertrokken was en de piano vrijkwam. Mijn vader begon erop te spelen. Hierop kwam de stemming er weer in met als gevolg dat mijn vader eigenhandig ervoor zorgde dat het feestje in feite doorging. Op de laatste dag van de reis zouden wij heel vroeg het Noordzeekanaal opvaren. Ik was zo opgewonden om de eerste tekenen van Nederland, waar ik zo lang naar verlangde, te zien. Het was in oktober en het was nog donker. Ik gluurde uit het raam van de hut. Het landschap zag er zo geordend uit en zowaar er fietste een boertje op klompen op het fietspad langs het kanaal. Ja, wij waren in Nederland! Ik wilde dat boertje toeroepen en vragen of wij in Nederland waren. In het IJ aangekomen zag ik een vreemd verschijnsel: een overstekend vlot met een bijeengepakte menigte. Veel en veel later begreep ik dat die mensen op weg waren naar hun werk met het veerpont. Vanaf dat moment begon het leven in Nederland, zo heel anders . . . . .

Ook een verhaal? Deel het hier!

Reageer op dit verhaal

Nog geen reacties

Is er iets mis met het verhaal?