ms Oranje

Gehavend en berooid terug naar Nederland

Drie zeereizen hebben we gemaakt tussen Indië en N...

Drie zeereizen hebben we gemaakt tussen Indië en Nederland. Reizen die onder zeer verschillende omstandigheden werden gemaakt. Eerst berooid en armoedig. Later onder een zekere luxe. Hebben deze reizen er aan bijgedragen dat ik later ben gaan varen als stuurman bij de grote handelsvaart? Hier een verslag van mijn ervaringen.

Ook is mij moeder voorspeld dat één van haar zoons zou gaan varen. Zo heeft ze het in ieder geval altijd aan mij verteld. Hubert viel af, want die was daar veel te geleerd voor. Ook Tony kwam niet in aanmerking, want die was al op jeugdige leeftijd brildragend. Dus moest het volgens haar wel Frans worden, omdat Michiel altijd als eerste zeeziek was. Of deze voorspelling er inderdaad aan heeft bijgedragen dat ik later ben gaan varen weet ik niet. Zeker is, dat de zeereizen die we met de “Oranje” hebben gemaakt dat wel hebben gedaan.

De voorbereidingen

De eerste reis maakten we in maart 1947, toen we gehavend en berooid door de oorlog even mochten bijkomen in Nederland. Het was een spannende en toch ook onzekere tijd, want Nederland daar had ik natuurlijk wel eens van gehoord, maar het zei mij verder helemaal niets, behalve dat het er veel kouder was als in Indië.

Eerst allerlei vaccinaties halen. Voor alles was er wel een prik. Alleen de pokkeninjectie wilde bij mij nooit opkomen. Daar was ik dan heel trots op want de andere hielden er toch een groot litteken aan over. Voor alle zekerheid kreeg ik dan een tweede injectie, maar ook die wilde niet aanslaan. Ik was pokken-resistent zei de dokter dan. Van het Rode Kruis(?) kregen we ieder een plunjezak vol warme kleding. Wollen ondergoed, kniekousen, een zogenaamde drollenvanger (kniebroek) en een trui. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat ik die spullen ooit nodig zou hebben, maar ik was er wel bijzonder blij mee, want ze waren zo nieuw.

Het vertrek

En toe het vertrek. In een legertruck werden wij met onze spullen naar Tanjung Priok, de zeehaven van Batavia gebracht. Japanse soldaten hielpen bij het inladen van onze spullen Het was op het heetst van de dag. Tijdens een rustpauze kregen ze van een toeziende Nederlandse officier een sigaret aangeboden. Voor het eerst zag ik Japanners zoiets als dank u zeggen, maar ik kon toen niet begrijpen waarom die Nederlander zo vriendelijk tegen ze was.

Met ons tienen(Hubert was al eerder naar Nederland afgereisd) kregen we twee hutten toebedeeld. Ma met Marjolijntje en de oudste vier meisjes in de ene hut, pa met de jongens en Jelle in de andere. Eerste klas wel is waar, maar de hutten waren eigenlijk slechts bedoeld voor zo’n twee à drie passagiers. Voor de kleineren waren er dan ook twee kinderledikanten in de toch al zeer krap bemeten loopruimte neergezet. Tezamen met de grote stalen hutkoffers, waar onze spullen in zaten, was het daar binnen dan ook overvol. Daarbij was Marjolijn pas enkele maanden oud, waardoor de hutten ook nog vol hingen met te drogen luiers.

Het liefst had ik het bed bij de patrijspoort gehad, maar daar kwam ik natuurlijk totaal niet voor in aanmerking. Die was al snel door Tony geconfisqueerd en van hem mocht ik zelfs niet eens op het bed kruipen om een blik naar buiten te werpen.

De eerste reis

De reis heb ik verder hoofdzakelijk in de kinderkamer doorgebracht. Je werd er naar toe gebracht en gehaald en er werd daar ook gegeten. Zelf over het schip lopen was voor de kleineren ten strengste verboden. In ieder geval heb ik daar leren figuurzagen en ook de poppenkast heeft toen diepe indruk op me gemaakt.

Ondanks dat we toen verschillende havens hebben aangedaan, zijn we alleen in Port Said van boord geweest. Eerst moesten we nog meer warme kleding halen in het plaatsje Ataka. Daar kreeg ik o.a. een dikke, wollen winterjas. Een geschenk van het Canadese volk. Zo’n geruite jas die de houthakkers daar plachten te dragen. Die jas heb ik altijd verfoeid, omdat ik er op school mee door de andere kinderen werd gepest. Alleen arbeiders droegen zulke soort jassen.

Tussenstop in Port Said

In Port Said zijn we toen ook de stad in geweest om wat te winkelen. Daar ging een wereld voor me open. Overal werd je aangeschoten door lieden die je iets wilden aansmeren. In een winkel kregen we zelfs limonade aangeboden. Ik kan me dat nog heel goed herinneren omdat ik daar toen een speelgoed Jeep met aanhangwagentje heb gekregen. Mijn eerste en toen enige speelgoedje. Helaas werd die enkele maanden later door tante Jeanne in beslag genomen toen ik binnenshuis daarmee in het aanhangwagentje water probeerde te transporteren.

Tweede reis

Het is heel vreemd, maar van de tweede reis (de terugreis naar Indië) kan ik me nauwelijks nog iets herinneren. Ik heb me later wel een afgevraagd hoe dat zou zijn gekomen, maar kan daar zelf geen goede verklaring voor vinden. Wel is waar zijn er wat foto’s van die reis bewaard gebleven, waardoor het geheugen iets wordt ondersteund, maar zelfs dat roept bij mij niet meer andere herinneringen op. Ik weet zelfs niet eens zeker of pappie deze keer met ons meereisde of dat hij al weer in Indië zat toen we daar aankwamen.

Terug in Batavia

Alleen de aankomst in ons oude huis in Batavia staat me nog zeer helder voor de geest. Onze Kokki, die daar al klaar stond in de voortuin om ons te ontvangen en ons allemaal innig omhelsde. Hoe warm het was en daarna het lauwe drinkwater uit de kraan in de slaapkamer om de dorst wat te lessen. Alsof er helemaal niets was veranderd!

Ook een verhaal? Deel het hier!

Reageer op dit verhaal

Reacties op dit verhaal

Anoniem

Leuk verhaal! De structuur maakte het erg prettig om te lezen. Fijn om zo een interessante stuk van het verleden te lezen.

Is er iets mis met het verhaal?