ms Oranje

mijn band met de Oranje

Ik heb 3 reizen op de Oranje gemaakt tussen Indone...

Ik heb 3 reizen op de Oranje gemaakt tussen Indonesië en Nederland: 1947 - 1954 - 1958. Ik ben geboren in 1938 in Semarang waar mijn vader bedrijfsleider in een grote modezaak was. Hij was in 1927 op eigen houtje naar Ned-Indië gegaan. Mijn moeder was in Amsterdam werkzaam in het onderwijs en is in 1929 op aandringen van haar broer, die in Bandung ook al in het onderwijs werkte, naar Batavia vertrokken. Met de Christiaan Huygens van de SMN. Mijn ouders hebben elkaar daar leren kennen en zijn in 1931 getrouwd in Batavia, waar in 1932 mijn zuster is geboren. Mijn moeder is in 1936 nog een paar maanden met mijn zus naar Nederland geweest "op verlof". Met de Christiaan Huygens en de Johan De Witt van de SMN. Toen Japan de oorlog begon werd mijn vader, die toen 39 jaar was, opgeroepen bij de Landstorm wat een soort gewapende burgerwacht was. Hij heeft in maart 1942 de "slag om Bandung" meegevochten waarna Nederlands- Indië capituleerde. Hij werd krijgsgevangen, wij hebben hem niet meer gezien tot september 1945. Mijn moeder werd met ons en alle Nederlanders opgesloten in een concentratiekamp, in ons geval het beruchte Tjidengkamp in Batavia. Het einde van de oorlog voor ons (15 augustus 1945) merkten we pas na een paar weken toen Britse en een paar Nederlandse militairen in het kamp kwamen. We mochten toen ook mijn vader bezoeken die in een ziekenhuis in Batavia lag, uitgeteerd en met een darmziekte. Wegens zijn toestand kregen wij prioriteit bij de evacuatie. Mijn vader mocht kiezen: Australië met Oranje op 11 november of wachten op de eerstkomende mogelijkheid naar Nederland. Hij koos voor het laatste. Op 30 november scheepten we in op het Engelse troepenschip Staffordshire dat net een contingent Ghurka's had ontscheept. We voeren in 6 dagen naar Singapore (buitenom Sumatra vanwege het mijnengevaar in de Javazee) en stapten daar over op de Nieuw-Amsterdam van de HAL die net Nederlandse troepen in Malakka had afgezet. Via Ataka bij Suez, waar we werden aangekleed met een set warme kleren gingen we naar Southampton waar we op 31 december 1945 aankwamen. Daar stapten we weer over op het Engelse troepenschip Almanzora waarmee we naar Amsterdam voeren. Het was 2 januari en we waren de eerste evacueés uit Indië. Prinses Juliana kwam aan boord ons begroeten. Mijn vader heeft de hele reis in de ziekenboeg gelegen. Wij werden in Amsterdam bij familie ondergebracht. Mijn vader kreeg elke dag een leverinjectie om aan te sterken. Op 30 september 1946 kreeg mijn vader een telegram van zijn compagnon in Batavia op de zaak weer op te bouwen. Op zaterdag 5 oktober vertrok hij met de Oranje. Hij wist een paar maanden later in Batavia een huis te kopen in een goede wijk en mijn moeder en ik stapten op 27 juni 1947 op de Oranje. Die kwam juist terug van de verbouwing van hospitaalschip naar passagiersschip. Hij rook als nieuw! Een snelle reis (Colombo werd overgeslagen) bracht ons op 17 juli in Tandjong Priok. Ik ging daar verder op de lagere school, vervolgens de HBS. 10 april 1954 stapten we weer op de Oranje om een vakantie in Nederland door te brengen, 1 mei kwamen we aan na de avond ervoor nog het koninginnediner (menu gedrukt op oranje vaantjes!) te hebben genoten. Mijn vader ging begin juli weer terug met de KLM superconstellation Neutron die een jaar later verongelukte bij Nieuw-Guinea. Mijn moeder en ik volgden in augustus met de Willem Ruys van de Rotterdamse Lloyd. Eind 1957 maakte president Soekarno het leven voor de Nederlanders economisch onmogelijk, dus wij boekten passage op de Oranje die op 29 maart naar Nederland vertrok. Mijn vader kon de zaak aan een Chinees verkopen en toen we met de auto langs de zaak reden op weg naar de haven stond het hele personeel (80 mannen en vrouwen) voor de zaak en zwaaide, een moeilijk emotioneel moment voor mijn vader. Bij het vertrek van huis stonden de baboes en kokki ook al tranen met tuiten te huilen. Zo slechte herinneringen aan Nederlanders hadden ze kennelijk niet. Wij hebben vele mooie herinneringen aan de Oranje. Het schip, de aankleding en inrichting. De bemanning was steeds vriendelijk en behulpzaam. Mijn moeder had in 1936 op de Johan De Wit kennisgemaakt met de Maitre d'Hotel Heer Vonk, die we in 1947 op de Oranje weer in dezelfde functie troffen. In 1958 na het vertrek uit Napels werden we de dag erop in stormachtig weer ingehaald door het Italiaanse passagiersschip Christoforo Colombo op weg naar New York, de enige maal dat ik dat op de Oranje heb meegemaakt. Het was zo ongeveer het snelste schip op zijn route. Wellicht hebt U in dit verhaal verdere aanknopingspunten.

Ook een verhaal? Deel het hier!

Reageer op dit verhaal

Nog geen reacties

Is er iets mis met het verhaal?