ms Oranje

Varen op de Oranje in 1946

Dat mijn grootvader op de Oranje gevaren heeft was...

VAREN OP DE ORANJE IN 1946

Dat mijn grootvader op de Oranje gevaren heeft was voor mij als kleinzoon een vaststaand gegeven. Daarover vertelde hij verhalen en er zwierven in huis ook boekjes en andere parafernalia rond, zoals een zilveren asbakje, die afkomstig geweest zouden zijn van boord. Ook mijn vader heeft nog een reis gemaakt op de Oranje. Het kostte echter wel wat speurwerk om het gehele verhaal helder te krijgen.

Mijn grootvader Aris Bremer, geboren in 1893 te Oosterend op Texel, is in februari 1912 in dienst gekomen als assistent machinist bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN). Hij doorliep daar alle rangen als machinist en werd in december 1936 aangesteld als Hoofdmachinist.

Veelal voerden zijn reizen naar Nederlands-Indië. Maar hij maakte ook regelmatig een “op de wereld-rond dienst” waarbij o.a. New York, San Francisco en Kaapstad werden aangedaan. Tijdens zijn dienstverband van meer dan 40 jaar bij de Stoomvaar Maatschappij Nederland voer hij op veel verschillende schepen. Aanvankelijk waren dit nog stoomschepen. Geleidelijk aan werden dit motor-schepen. Zo maakte hij veel reizen op m.s. P.C.Hooft, later ook op m.s. Poelau Lout en op m.s. Poelau Roubiah. Zijn laatste reizen zou hij echter maken op m.s. Oranje.

Naast zijn werk aan boord werkte hij ook regelmatig perioden aan de wal op de afdeling Nieuwbouw. Hij werd in die hoedanigheid onder andere gestationeerd in St. Nazaire waar hij voor de SMN toezicht hield op de nieuwbouw van de P.C.Hooft. Later werkte hij ook voor de afdeling Nieuwbouw in Bremen en Hamburg om toezicht te houden op verbouwingen en nieuwbouw van schepen.

Voordat ik verder in ga op het eigenlijke onderwerp de Oranje schets ik met een paar aantekeningen van mijn grootvader de omstandigheden en de gevaren op zee in de jaren vlak voor- en na de Tweede Wereldoorlog.

Hij was in 1938 in Bremen betrokken bij de nieuwbouw van m.s. Java. Na het gereedkomen van dit schip maakte hij een proefvaart naar Amsterdam en vervolgens voeren zij met de Java door naar Belawan (Medan) op Sumatra. Op de terugvaart naar Amsterdam stak de inmiddels uitgebroken Tweede Wereldoorlog een stokje voor een onbelemmerde terugkeer.

Aris Bremer noteert daarover: “Naar Bremen bouw m.s. Java. 49e reis: Proeftocht 7 juni ‘39. Aankomst Amsterdam 8 juni. Vertrek naar Indië 29 juni ‘39. Vertrek uit Indië (Belawan) 4 september. Begin oorlog 2 september. Doel, door Roode Zee naar Holland. 1 dag voorbij Ceylon op telegraaf order, rond de kaap. Ter hoogte van eiland Mauritius op telegraaf order terug naar Belawan. Begonnen al de lading in respectievelijke havens van inlading weer te lossen. Te Soerabaja op 4 oktober over met de m.s. Java, in de Java-NewYork Lijn rond de Kaap naar New York. Terug te Belawan voor de thuisreis overgestapt op de Salabangka op 16 februari ‘40, aankomst Amsterdam 6 april ‘40”.

Over zijn eerste reis na de oorlog noteert hij het volgende: “50e reis. Naar Antwerpen vertrokken per autobus. Maandagmorgen 27 juli ‘45 naar Christiaan Huygens. Vertrokken uit Antwerpen zaterdagmiddag 25 augustus 3 uur n.m. ten anker bij Vlissingen. Zondagmorgen 6 uur vertrek naar Rotterdam om kinderen te halen die voor herstel naar Engeland moeten, en daar troepen voor Brits-Indië. Te +/- half 12 op mijn geloopen. Aan boord gebleven tot woensdagmorgen 5 sept +/- 10 min. voor 6, toen het schip brak, juist voor schoorsteen en slaaphut Hoofdmachinist. Overnacht in Vlissingen. Donderdagmorgen 9 uur per army truck naar huis, ‘s avonds thuis 7 uur, 6 sept. ‘45. 2 Weken survivors leaf. Daarna in dienst van afdeling Nieuwbouw.

Daar mijn grootvader vlak voor het uitbreken van de oorlog in Nederland was teruggekeerd heeft hij gedurende de oorlogsjaren niet kunnen varen. Wel gaf hij ondertussen o.a. les op het internaat van de SMN en op de Zeevaart School in Amsterdam. Deze was toentertijd gevestigd op de Overtoom. Nu wil het geval dat mijn vader A.M.S. Bremer op dat moment studeerde aan dezelfde Zeevaartschool en dit bracht ook hem uiteindelijk ook aan boord van de Oranje. Maar over mijn vader later meer.

De eerste bemoeienis van mijn grootvader met de Oranje was in het voorjaar van 1936. Hierover schrijft hij: “In havendienst bij Nieuwbouw voor ontwerp elektrische installatie voor het nieuwe mailschip Oranje”.

Dat mijn grootvader ook als hoofdmachinist op de Oranje had gevaren was mij dus bekend. Toch kon ik zijn naam niet terugvinden in het prachtige, en ogenschijnlijk complete, boek “Oranje - Een Koninklijk Schip” van Wim Grund.

Na het nog eens naslaan van zijn monsterboekje en zijn persoonlijke aantekeningen blijkt echter dat hij wel degelijk een aantal reizen op de Oranje heeft gemaakt. In zijn monsterboekje staat in ieder geval genoteerd de reis in dienst van N.V. Stoomv. Mij. “Nederland” (SMN) van datum aanmonstering 31 mei 1946 t/m datum beëindiging van dienst op 19 juli 1946.

In zijn aantekeningen zijn echter ook notities te vinden over nog een andere lange reis die hij op de Oranje maakte. Voorafgaande op de boven genoemde reis maakte hij namelijk nog een (dubbele) reis; van 5 januari 1946 tot en met 16 mei 1946. Hierop is in één reis éénmaal op en neer gevaren van Southampton naar Batavia v.v. Het tweede deel van dezelfde reis werd weer vertrokken uit Southampton maar bij terugkeer uit Batavia werd echter voor het eerst na de oorlog weer aangelegd in Rotterdam. Daar kwam de Oranje na de oorlog pas weer in handen van de SMN. In totaal voer mijn grootvader dus driemaal op en neer met de Oranje van Europa naar Nederlands-Indië.

Dit blijken de eerste drie van de in totaal vijf reizen geweest te zijn waarop repatrianten direct na de oorlog werden teruggehaald uit Nederlands-Indië. Tijdens de bovengenoemde eerste ‘dubbele’ reis was de Oranje nog gevorderd door de Nederlandse regering en als repatriërings- en hospitaalschip ter beschikking gesteld van het British Military of War Transport.

Aris Bremer schrijft hij daarover: “51e reis, Vertrokken naar Engeland naar m.s. Oranje. Donderdagavond 3 jan ‘46, in Londen 4 jan, naar Southampton 5 jan, aan boord +/- 11 uur. Vertrokken uit Southampton Zaterdag 26 Jan. ‘46 met Engelse passagiers naar Colombo - Singapore - Batavia terug Southampton 18 maart. Voor 2e reis vertrokken 30 maart naar Colombo, Penang, Singapore, Batavia, terug naar Holland, aankomst Rotterdam 16 mei 1946”.

“52e reis. Oranje, vertrek Rotterdam 5 juni, rechtstreeks naar Batavia en terug, aankomst Amsterdam 19 Juli 1946”.

Voor een uitgebreidere beschrijving van deze bijzondere reizen verwijs ik graag naar het boek ‘Oranje’ van Wim Grund uit 2001, uItgeven bij Van Soeren & Co.

Zoals eerder genoemd studeerde mijn vader Aris Simon Bremer, geboren in 1924, gedurende de oorlogsjaren aan de Zeevaartschool te Amsterdam om zo de Arbeitseinsatz te ontlopen. Zijn eigelijke plan was om na het behalen van zijn HBS diploma in Delf te gaan studeren maar daar werd door de oorlog een stokje voor gestoken. Mijn vader heeft na zijn studie aan de Zeevaartschool en vlak na de bevrijding ook een reis met de Oranje gemaakt, waarschijnlijk als assistent machinist. Daar hij, naar ik heb begrepen, die reis is begonnen in Nederland met aankomst in Amsterdam zal het hoogst waarschijnlijk de derde repatriërings-reis geweest zijn van de Oranje met vertrek op 5 juni ‘46 en met een feestelijk onthaal bij de aankomst in Amsterdam op 19 juli ‘46. De dienstdoende Hoofdmachinist op die reis was dus zijn vader.

Ondanks de verhalen van mijn vader en van mijn grootvader over de Oranje heb ik nooit begrepen wat de precieze aard en omstandigheden van deze reizen is geweest. Niets over de vernielingen in de havens en landen waar zij aanlegden noch over de vele zieke en kwetsbare passagiers die zij aan boord hadden noch over de ongetwijfeld tekorten en het moeten improviseren aan boord. De opluchting over het einde van de Tweede Wereldoorlog en het niet kunnen verwoorden van al het leed en verdriet heeft waarschijnlijk overheerst.

Ook een verhaal? Deel het hier!

Reageer op dit verhaal

Nog geen reacties

Is er iets mis met het verhaal?