ms Oranje

mijn reis naar Nederland

Mijn reis met de m.s. Oranje Naar Nederland: juli...

Mijn reis met de m.s. Oranje Naar Nederland: juli 1947 Terug naar Indonesië juni:1948. verteld door Luck van der Lingen-van den Berg (geboren 20 juli 1935). Daar sta je dan,een twaalfjarig meisje met vlechtjes, met ontzag naar boven te kijken naar dat sprookjesachtig, witte paleis, waar ik de komende weken op mocht zijn: het m.s. ORANJE van de Koninklijke Scheepvaart Maatschappij Nederland. Het was 20 juli 1947, mijn verjaardag. Mijn vader, als oud-koopvaardijman, greep de kans om te varen op de Oranje, het mooiste schip van de Nederlandse vloot met twee handen aan! Ik stond dus met open mond te staren naar dat sprookjes paleis waar ik zo'n 23 dagen mocht zijn. Dus over de loopplank naar boven, waar we ontvangen werden door in verblindend witte uniformen geklede officieren. Wij reisden in de eerste klas, z.g.POSH: Port Out, Starboard Home, waardoor je steeds aan de schaduwzijde zat. Na het vertrek, uitgezwaaid door serpentines en 3 stoten van het schip, was de eerste haven Singapore, waar veel Engelsen aan boord kwamen. Één van de redenen werd ons later duidelijk: het heerlijke eten en drinken aan boord! Ze voeren mee tot Southampton, waar ze gevoed en gelaafd weer van boord gingen. Het eten aan boord was, zeker voor die tijd, zeer luxueus, het ontbijt was eigenlijk full English met allerlei soorten cereals en zuivel, niertjes, scrambled eggs, bacon en kippered herring, die smaak raakte je de hele dag niet meer kwijt! Natuurlijk waren er ook alle “gewone” Nederlandse ontbijtspullen verse vruchtensappen en heerlijke yoghurt (voor mij onbekend) en vooral KAAS! Nog even een culinaire voortzetting: Aan de lunch heb ik geen herinnering, maar wel des te sterker aan het diner. Tot mijn spijt heb ik geen menukaarten meer. Het diner werd in twee zittingen opgediend door smetteloos geklede djongossen (Kelners).Het menu bestond meestal uit 4 gangen, 2 voorgerechten, het hoofdgerecht en het verrukkelijke dessert. Bij iedere gang was er een keuze uit diverse gerechten. djongossen: obers, meestal van Indonesisch bloed). Wij jongelui werden soms een beetje baldadig van al die overvloed en een groepje sprak af om het menu achterstevoren te eten! Dat was geen succes en de doelstelling werd niet gehaald. Het is niet lekker om met ijs te beginnen en met soep te eindigen. Ik laat al die heerlijkheden achter me en vervolg de reis. Op naar de volgende stop: Colombo op het eiland Ceylon (Sri Lanka), waar ook weer de kans was om een korte stop te maken, o.a. naar de enorme liggende Boeddha. Het prettigste was eigenlijk het strand bij Mount Lavinia, waar we even konden zwemmen en genieten van de heerlijke ananas. We raakten steeds meer gewend aan het leven aan boord. We keken onze ogen uit aan de winkeltjes, de kapper, de schoonheidsspecialiste, de kapper, de speelplek voor de kinderen, de bibliotheek, het zwembad en de BAR! Dagelijks kon men een gokje wagen op de afgelegde afstand van ons schip: de sweepstake. Ook werd veel aandacht besteed aan de veiligheid. We werden in groepen verdeeld en kregen te horen bij welke sloepen we ons moesten melden in geval van nood. Daartoe werd ook een sloepenrol gehouden om te zien of alles goed ging. Na Ceylon kwam het eerste lange deel van de reis: op weg naar Port Said. We passeerden daarna de Golf van Bengalen, een deel van de Indische Oceaan. Het was daarbij opmerkelijk om de modderige uitstroom van de grote rivieren te zien. Het was steeds heel rustig weer, de dagen werden doorgebracht met allerlei dekspelletjes, sommige sportievelingen liepen iedere dag rondjes tot ze 1 km hadden gelopen! We voeren door de straat van Bab el Mandeb de Rode Zee binnen. Het was een verrassing dat het water inderdaad een beetje rood was. Dit bleek later een tijdelijk fenomeen te zijn. In het eerste deel van de Rode Zee was veel te zien: aan de oostzijde droge woestijn met af en toe zoutpannen, aan de westzijde kleine karavanen met kamelen. De dames hadden ondertussen een nieuw tijdverdrijf: de kleding moest gewisseld worden. Dat betekende een trip naar het ruim waar de hutkoffers stonden. De nieuwe (nog nooit geshowde kleding werd uitgepakt. De oude (al vaak gedragen) kleding werd weer opgeborgen. De Oranje had een prachtige dansvloer: Een grote ster uitgevoerd in twee kleuren koper en altijd glanzend gepoetst. Indien niet in gebruik werd de vloer afgedekt met tapijten. Daar werd het bal gehouden volgend op het Captains Dinner, een soort afscheid. Dit diner werd besloten door de entree van een lange rij djongossen, ieder met een brandende ijstaart! De haven van Port Saïd was een gekkenhuis. Het schip werd omzwermd door bootjes met handelswaar: kijken kijken, niet kopen! Jongetjes die munten opdoken. En gedroogde dadels en vijgen waren heerlijk! Gelukkig waren er ook rustige momenten, zodat we het waagden om even te zwemmen, maar dat duurde maar even tot we een Portugees oorlogsschip (giftige kwal) zagen! Snel terug dus en ook hier even aan wal. Deze walexcursies waren altijd zeer welkom: Het was fijn op de vaste wal te staan, we hadden toch enigszins zeebenen! We merkten ook de lucht op: droog-zoutige woestijnlucht vermengd met exotische kruidige aroma's. Al met al weer een nieuwe ervaring. Port Saïd was een grens tussen de tropen en Europa. Nadat we het Suez kanaal gepasseerd waren, verscheen de bemanning in streng donkerblauw! Dit maakte grote indruk op ons: het speelkwartier was voorbij en de onbekende kilte doemde op! Maar eerst de Middellandse Zee! Weer een heel andere uitstraling. Het water was zo blauw als de reclame ons voorspiegelde en er was heel wat leven: Vliegende vissen, die op gejaagd werden door bruinvissen, en grote groepen dolfijnen, die het schip vergezelden en een wervelende show opvoerden. In het zuiden schitterden de witte gebouwen van Alexandrië. Tot nu toe is één zeer belangrijk aspect niet ter sprake gekomen: Afgezien van al het boven beschreven vermaak, verblijf je voortdurend in een overweldigende natuur. Je vaart niet zo maar een eindje op zee, maar wordt bijna helemaal geabsorbeerd door het wezen van de zee. Zo kon ik bij voorbeeld uren over de zeereling hangen, kijkend naar het spel, waarin zeewater en schuim elkaar achterna zaten. Het meest overweldigend waren de zonsopkomsten en – ondergangen!Bij de zonsopgang verzamelden zich velen in de hoop de zelden voorkomende groene flits te zien. Een ander fenomeen was het lichten van de zee, golven en schuim hadden kleuren van het lichtgroenste tot het donkerste jade. De volgende haven was Genua, waar passagiers debarkeerden die ook nog door Europa wilden reizen. Daarna door de Straat van Gibraltar de Atlantische Oceaanop. In de Golf van Biskaje stak een flinke storm op! Weg rust. Op naar Southampton, waar de laatste Engelsen van boord stapten. Het einde van onze reis was in zicht. We voeren 's nachts langs de blanke top der duinen en zagen de vuurtorens en vissersschepen die, zo leek het, kris kras door elkaar voeren. We schutten in de sluizen van IJmuiden, eindpunt Amsterdam. Dit was dus het eindpunt van een onvergetelijke reis. BEDANKT ORANJE EN HAAR BEMANNING

Ook een verhaal? Deel het hier!

Reageer op dit verhaal

Reacties op dit verhaal

Verwijderd

Deze reactie is verwijderd

Verwijderd

Deze reactie is verwijderd

Is er iets mis met het verhaal?