ms Oranje

de orkaan tijdens onze overtocht

Volgens de passagierslijst zijn wij (mijn ouders, ...

Volgens de passagierslijst zijn wij (mijn ouders, ik en mijn broer en twee zussen) op 17 maart 1947 uit de haven van Tantjung Priok vertrokken. We werden naar De Oranje gebracht met een legervoertuig van het zogenoemde "Studentenhuis", waar we een tijdje op een kamer vertoefd hebben nadat wij per Catalina uit Balikpappan naar Batavia waren gevlogen. We hadden in Balikpappan bijna een jaar lang in een tentenkamp gebivakkeerd. Daar in Balikpappan zagen wij m'n vader terug. Hij had evenals m'n moeder, broer en 2 zussen ook de oorlog overleefd. Wij op Java en m'n vader in Japan als krijgsgevangene. Daar gingen wij op weg naar de Oranje! Reeds van verre zagen we de contouren van het reusachtige schip en wat een machtige pijp! Wat vooral veel indruk maakte waren de loeiharde stoten uit die oranje-zwarte pijp! Toen wij afmeerden en vertrokken zat ik met andere kinderen aan het avondeten. Wat het avondeten betreft aan boord herinner ik me vooral nog de boterhamworst en de appels. De appels zagen er mooi uit, maar ik vond ze hard en ze waren lang niet zo lekker als de tropische vruchten die ik gewend was, zoals de manga's, ramboetan, mangistan, doekoes, pisang susu, enz. Wij, als kinderen gingen ons nieuwe onderkomen flink verkennen. Ik deed dat met mijn drie jaar oudere zus van twaalf, Wietske. In het begin gingen we bij zo veel mogelijk liften langs. Die liften werden door liftboys bediend. Allemaal waren ze in keurig uniform gekleed. Wat een schrille tegenstelling met de vodden die wij in die benarde jaren droegen. Onze hut had nummer 110a. Tegenover ons hadden we de badkamer. Ons onderkomen grensde aan een halletje. Mijn broer van zestien, Atze, sliep in een andere hut. Als het etenstijd was, kwam er een keurig geklede bediende langs die op een instrument pingelde (ping, pang, pong). Mijn oudste zus was voortvarend en kreeg het voorelkaar om bij de kapitein en consorten in de stuurhut op bezoek te komen. Bij de dwaaltochten raakte ik wel eens de kluts kwijt. Dat kwam door de sluisdeuren die wel eens dicht gingen. Van aankomsten en vertrek in en uit diverse havens weet ik niet meer zoveel. In oorlogstijd had ik geen benul van vele dingen, maar wel dat het een wonder was dat we als gezin het Jappenkamp en mijn vader zijn krijgsgevangenschap in Japan, hadden overleefd! Tijdens de overtocht werd ik een keer tijdens het eten plotseling misselijk. Zeeziek door de vreemde deining op de Indische Oceaan. Alleen met een paar stukken boterhamworst ben ik haastig vertrokken uit de etenslucht. Wij passeerden die avond andere schepen en over en weer werd door de Oranje en de andere vaartuigen met seinlampen een zeemansgroet overgebracht. Wij kinderen werden aan boord bezig gehouden door vriendelijke kinderjuffen en hadden de beschikking over allerlei speeltuig. Het grote hobbelpaard waarmee je flink vooruit kon schuiven herinner ik mij het best. Er waren twee oudere jongens die me weleens plaagden met mijn naam. Ik heet Jaap, maar ze noemden me steevast Jappie en daar had ik zo de smoor over in! Van Port Said weet ik nog wel dat we daar even van boord gingen en daar in contact kwamen met opdringerige goochelaars. Tijdens de doortocht over de Middellandse Zee lag ik ziek op bed met malaria. Na mijn ziekte weet ik me nog de zware zeedeining te herinneren. De volgende morgen zaten we in een orkaan in de golf van Biskaje! Vreselijk, maar wij kinderen beseften eerst het gevaar ervan nog niet. M'n jongste zus van 5, Hennie, sliep toen op een los bed. Dat bed schoof maar heen en weer, dus hup snel dat kind van 5 bij ma op bed. Dat gaf mij en m'n oudste zus de gelegenheid om het losse bed als slee te gebruiken. Dolle pret! Boven onze hut hoorden we al het meubilair met veel lawaai over ons heen rollen/heen en weer schuiven. "Dat zijn ratten", lachten wij. Totdat, tot....we in onze bedden lagen en de bedschuivers steeds heftiger werden en het schip ineens een zware slag zij maakte en nog eens en nog eens. Hoeveel keren het schip slagzij maakte weet ik niet meer, maar we waren verstard van schrik. Het was zo'n heftige ervaring dat ik er later nog een paar keer over gedroomd heb. Gedurende de storm zwalkte mijn vader over het schip. Hij wilde niet in de hut blijven, want dat gaf hem een machteloos gevoel. Hij schijnt tijdens die paar keer slagzij bijna overboord te zijn geslagen en kon zich nog vasthouden aan de binnenste reling van het promenadedek. Hij zag toen dat het zeewater tot op dat dek kwam, zo heftig ging het schip slagzij op dat moment. Dat heeft hij pas later aan ons verteld. Drie bemanningsleden hadden minder geluk en zijn tijdens die storm overboord geslagen. Een stuurman was zo zwaargewond geraakt dat hij het ook niet heeft overleefd. Toen we in Amsterdam aankwamen ging de doodskist met daarin zijn lichaam het eerst van boord. Daarna werden wij verwelkomd met fanfaremuziek.

Ook een verhaal? Deel het hier!

Reageer op dit verhaal

Reacties op dit verhaal

Margriet van der Kooi

Dit verhaal heb ik opgetekend naar aanleiding van de notities van mijn vader, Jacob Lieuwe van der Kooi, over zijn overtocht met de ms Oranje In maart 1947.

Is er iets mis met het verhaal?