ms Oranje

Retourreis van Oranje naar Amsterdam in

Op 11 jarige leeftijd keerde ik met mijn moeder en...

Op 11 jarige leeftijd keerde ik met mijn moeder en zusje terug van Indonesië naar Nederland. Mijn vader werkte bij de toenmalige BPM ( Bataafse Petroleum Maatschappij ) en kwam pas later terug. De Oranje was een prachtig schip. In 1946 voeren wij voor de eerste keer met dit schip naar Indië, maar daarvan herinner ik mij nog niet zoveel. De laatste reis echter wel. Het leven aan boord van een 3 weken durende reis was voor een jochie van 11 jaar een heel spannende ervaring, hoewel de eerste maritieme mededeling van huishoudelijke aard mij heel erg tegenviel, nl. dat alleen kinderen vanaf de leeftijd van 12 jaar zich vrij over het schip mochten bewegen. Was je jonger dan moest je naar de crèche. Daar zit je dan als 11-jarige te midden van kindjes op hobbelpaardjes, sussende moeders en belerende oppassers. Vreselijk. Gelukkig was ik niet het enige slachtoffer dat op de crèche gevangen zat. Nog 3 anderen deelden mijn droeve lot. Niet voor lang echter. Als snel zagen wij kans aan de aandacht van het toeziend personeel te ontsnappen en konden ook wij heerlijk over het schip struinen, zonder ooit een keer te zijn opgepakt. Dat verbaast mij eigenlijk nog steeds. Wat op mij ook altijd indruk maakte was de aankondiging van de maaltijden aan boord. Een djongos liep met een soort xylofoon over alle dekken van de 1e klas en speelde dagelijks dezelfde melodie. Ik vond die muziek heel erg mooi, maar ik ben helaas de melodie vergeten. Mochten er nog ex-passagiers zijn die deze melodie nog kennen, dan houd ik mij hiervoor ten zeerste aanbevolen. Melodie kan ook op papier worden gezet. Wat echt opviel aan de Oranje was haar dikke buik. Zwangere eend werd ze daarom vaak genoemd in Indonesië. Ik heb mij laten vertellen dat deze vreemde bouw tot gevolg had dat er minder tolgeld voor het Suezkanaal betaald hoefde te worden. Hollands slimmigheidje, dus. Die rare buik had echter wel tot gevolg dat het schip bij zware deining heel erg ging schommelen. In de Golf van Biskaje zijn toen een aantal mensen toch wel in paniek geraakt door de zware uithalen van het schip. Maar ze kwam iedere keer weer netjes terug in de goede uitgangspositie en uiteindelijk raakten we gewend aan het behoorlijk schommelen bij slecht weer. Aan boord hoefde je je geen moment te vervelen. Er was een zwembad, waar vaak spelletjes werden gedaan, zoals bordjes opduiken, mijn zus dook ze allemaal op en tot mijn ergernis lukte dat mij niet. Veel te gespannen. Erg populair waren ook de kussengevechten bij het zwembad. Er werd dan een grote balk over het zwembad gelegd en dan gingen daar twee kerels op zitten die elkaar met een kussen van de balk probeerde te slaan. Dat was dus dolle pret. Na heel veel gemep, er was altijd een groot animo voor deze sport bleef er uiteindelijk één over en die was de winnaar. Plotselinge weersveranderingen hadden ook gevolgen voor het zwemmen. Toen mijn moeder in het zwembad zat, begon het zomaar bijna vanuit het niets plotseling keihard te waaien, waardoor het schip in korte tijd behoorlijk ging schommelen en dus een hoge golf in het zwembad veroorzaakte. Met moeite hebben ze toen mijn moeder op het puntje van de golf uit het zwembad kunnen trekken. Uiteraard onder luide toejuichingen van het publiek. Andere spelletjes waren volop aanwezig: shuffleboard, ringwerpen, zaal (dek) voetbal, etc. In de salons werden paardenraces gehouden, waarop gewed kon worden. Geen echte paarden uiteraard maar op een groot groen kleed was een traject uitgezet met vakken, waarop houten paarden stonden. Iedere deelnemer gooide vervolgens met twee dobbelstenen. Met de inbouw van de nodige handicaps werd de spanning flink opgevoerd. Ik hield van de zee en deze manier van reizen vind ik nog steeds de mooiste wijze van vervoer. Ik herinner mij ook nog dat je heel veel vissen zag tijdens de reis. Scholen van honderden dolfijnen waren niet uitzonderlijk. Helaas kom daar tegenwoordig nog eens om. Als jochie herinner ik mij ook nog heel levendig dat wij met een matroos stiekem de grote koelruimtes hebben bezocht, waar al het bevroren vlees hing. De Oranje bevond zich toen in de Rode Zee en het was bloedheet. Ik zag dat enkele passagiers met hun rug naar ons toe aan de reling stonden. IK heb toen een grote sneeuwbal van de muur van de koelkast afgeschraapt en die naar één van de heren gegooid. Midden in zijn nek. De man was verbijsterd en keek in stomme verbazing om zich heen. Hij heeft mij niet gezien, maar ik kreeg wel een lel om mijn oren van de matroos. Ik hoorde hem trouwens ook grinniken, dus zo erg vond hij het ook weer niet. Hoogtepunt vormde, tegen het einde van de reis het "Captains dinner" Het officiële afscheidsdiner van de Oranje. Voor die gelegenheid waren prachtig figuren in ijs uitgehakt ( adelaar en nog wat dieren) in de eetzaal geplaatst en iedereen was op zijn/haar paasbest uitgedost. Prachtig. Uiteindelijk kwam ook aan deze reis een einde. Midden in de nacht maakte mijn zus mij wakker en zei: "Hans, ik ruik Holland". En inderdaad je rook het gras, alsof er pas gemaaid was. Wij lagen in de sluis van IJmuiden. Na enkele uurtjes varen bereikte wij Amsterdam. Het was midden in augustus en ik vond het vreselijk koud

Ook een verhaal? Deel het hier!

Reageer op dit verhaal

Nog geen reacties

Is er iets mis met het verhaal?